
Het waren de woorden van Meneer Laurijssen die mijn vader voor het eerst in lange tijd zichtbaar woest maakte en mij nog lang zouden bijblijven: “jouw zoon zal nooit Engels leren spreken, verstaan of schrijven.” Ik denk dat het in 2003 moet zijn geweest. Tienminutengesprekken in de mediatheek van het Cammeleur College in Dongen. Mijn vader kwam weer voor het eerst in lange tijd onder de mensen. En daar zaten we dan. Mijn cijferlijst was waardeloos en ik denk dat mijn ouders niet wisten met welke docent ze nu een afspraak moesten maken. Je mocht er namelijk maar bij twee op gesprek. Met de cijferlijst die ze van mij gepresenteerd kregen was het duidelijk dat er intervisie moest plaatsvinden.
“Jouw zoon zal nooit Engels leren:” Meneer Laurijssen zei het luid en duidelijk en we hadden de aandacht van heel de zaal op ons gericht. Toen was de beurt aan mijn vader, die zijn woede omzetten in één oneliner: “Volgens mij is het jouw taak als leraar Engels om mijn zoon die taal te leren, flapdrol!” De mediatheek was nu stil. Alle ogen waren op onze tafel gericht waaraan twee mannen en een jongen zaten die alledrie een rood gezicht hadden, ieder in een andere tint: een paarsrood gezicht van woede, een oranjerood gezicht door verslagenheid en een roodrood gezicht van schaamte; Dat knalrode rode gezicht van schaamte was van mij.
Ik bleef dat jaar zitten en veranderde van profiel. De exacte vakken ruilde ik in voor aardrijkskunde en geschiedenis, maar engels bleef verplicht. Of het toeval was of het lot: tijdens mijn herkansing in HAVO 4 kreeg ik een andere leraar Engels. Ik begon met een schone lei en het lukte me zelfs om wat voldoendes te sprokkelen. Aan het einde van dat jaar sloot ik Engels af met een voldoende. Helaas kreeg ik in het examenjaar weer mijn grote vriend Meneer Laurijssen. Hij kreeg toch gelijk: hoger dan een vijf zou het niet worden. Een mooi cijfer voor mij als linksback bij het voetbal en mijn verjaardag is ook de vijfde van juni, maar op een cijferlijst is het net niet goed genoeg. Een gevalletje jammer joh. Treuren hoefde ik niet want ik behaalde mijn diploma met hakken over de sloot.
Blijven zitten is nadelig, je schooltijd duur langer, bepaalde dingen die je al weet worden herhaald en je moet opnieuw werkstukken maken. Toch heeft ieder nadeel zijn voordeel. Ik kreeg er namelijk een hoop nieuwe vrienden bij. Samen met de andere zittenblijvers kreeg ik een hechte band. We waren een beetje de Outkast maar we deden (bijna) niemand kwaad. Ik kreeg nieuwe energie en ik probeerde van mijn extra tijd op school het beste te maken.
Zoals ik net al aangaf haalde ik mijn diploma in zes jaar. Zes jaar had ik eigenlijk toch al gereserveerd voor die school, want als gymnast moet je wel zes jaar naar school. HAVO in zes jaar tijd was ook prima en het leuke was dat ik samen met vrienden die ik in de eerste twee jaar op het VWO had ontmoet nu het examenfeest samen kon vieren. En niet alleen vieren, maar ook mee organiseren. Dit was namelijk een sanctie die was opgelegd omdat ik vaak te laat kwam. Straffen om ’s ochtends of ’s middags corvee te draaien hadden geen zin, want ook daar versliep ik me voor en na lestijd wilde ik vakkenvullen bij de AH, iets wat de school alleen maar toejuichte. Daarom bedacht de decaan een passende sanctie: het organiseren van een feest. En daar ging mijn creatieve brein. Het werd La Gala Cubana! En een fiesta werd het! Gelukkig heb ik dit feest heel bewust meegekregen en was ik niet te laat. Ook misdroegen andere klasgenoten zich erger dan ik dus ik kan vooral terugkijken op een moment van gelukzaligheid.
Ik was geslaagd. Met hakken over de sloot. Daar had ik geen rekening mee gehouden. Tijd en ruimte om na te denken over een vervolgstudie had ik nog niet gedaan. Het was al juni en de aanmeldingen voor studies aan Hogescholen zou snel sluiten. Ik besloot dus naar mijn cijferlijst te kijken en ik zag twee uitschieters: Net geen 9 voor Algemene Natuurwetenschappen (was ik dan eigenlijk toch een Beta student?), en geschiedenis dat naar beneden was afgerond en uitkwam op een 7. De rest was een magere 6 of onvoldoende. Ik ging naar mijn docent geschiedenis, met wie ik een goede band had, en vroeg aan hem of hij zijn werk leuk vond. Het was een retorische vraag want mijn docent vertelde altijd vol enthousiasme over HO CHI MINH, de Perestrojka, Glasnost, MAO ZEDONG, Paul Pots, Jozef Stalin, waarbij je soms dacht heeft hij de geschiedenis wel echt goed begrepen? Het was humor, een gezonde dosis relativeringsvermogen om dictators en zwarte bladzijde van de geschiedenis toch nog wat kleur te geven. Dit wilde ik ook! Theatrale verhalen vertellen over de geschiedenis van de wereld. Ik schreef me in voor de lerarenopleiding geschiedenis.
Was ik maar meer een Beta-student dan had ik beter onderzoek gedaan. Toen ik in september arriveerde op school werd bij de introductie verteld dat 85% van de lessen in het Engels zouden zijn. Onze bron, History of a modern world van RR Palmer, waaruit we alle informatie moesten halen was een soort heilige bijbel van de hele wereldgeschiedenis waar nog geen enkele Nederlander zich aan had gewaagd om die te vertalen, dus deze bron was very English. Wat een feest op dag één. Ik liep niet weg naar een uur, had ik dat maar gedaan. Ik ging de uitdaging aan en ik faalde. Ondanks goede beoordelingen op stage lukte het me niet om The Source te ontcijferen. Hiërogliefen waren nog makkelijker te ontrafelen dan dat stomme boek van R.R. Palmer. Na acht maanden stopte ik met mijn studie en kwam ik terecht in een plaat- en montagefabriek.
Mijn beste vrienden van de HAVO waren ook spontaan geslaagd. Zij hadden ook geen studiekeuze gemaakt, maar anders dan ik, besloten zij op hun achttiende eerst een half jaar te gaan werken om vervolgens te reizen. Zij hadden duidelijk de engelse literatuur van o.a. Oscar Wilde, Emily Bronte, Allen Ginsberg en Jack Kerouac wel iets beter vertaald en begrepen. Ze besloten On The Road te gaan. Had ik maar…. dat moet ik gedacht hebben bij iedere montagebout die ik in het voorjaar van 2006 in mijn hand had. De weken duurde lang in de fabriek en leek nog trager te gaan als ik weer mooie reisfoto’s binnenkreeg via Hyves en MSN Messenger. Het leven was tragisch en dat zag gelukkig ook de directeur van het bedrijf in. Ik was een uitzendkracht maar de directeur had wel oog voor iedereen. Op een dag kwam hij tegenover mij zitten tijdens lunchtijd. Hij begon een gesprek met mij en hij wist meer van mij dan ik aanvankelijk dacht. Nou is Dongen niet zo’n groot dorp, maar ik had hem nog nooit gezien. Hij vroeg me wat ik bij zijn bedrijf deed en of ik het naar mijn zin had. Ik was toen al heel eerlijk en ik zei op de laatste vraag: “Nee, ik heb het hier niet naar mijn zin! Maar ik zie het als een soort boetedoening voor het afgelopen jaar.” De man moest lachen en zij dat ik mezelf niet zoveel moest pijnigen. Hijzelf had ook geen studie afgerond en liep weg.
Na het weekend kwam ik terug bij hetzelfde bedrijf en liep naar mijn werkplek toe. Een voorman hield me echter tegen. “Vandaag hoef je geen bouten af te tellen, vandaag mag je je melden in dat magazijn en vraag naar Nigel.” Ik liep naar het magazijn toe en zag in eerste instantie niemand. Wel rook het er naar de oude tassenfabriek van mijn opa, chemisch. Achterin het magazijn ontstond een rookwalm en ik zag iemand in een soort astronautenpak. Het bleek Nigel te zijn. “Blijf hier maar uit de buurt, met dit spul wassen we het metaal. Jouw plek is daar aan de voorkant bij de deur. Jij mag deze platen die ik gespoten en gewassen heb monteren tot een kast. Ze gaan naar montage naar de HEMA: daar worden er computers ingebouwd waarmee klanten zelf foto’s kunnen laten afdrukken. Het wijst zich vanzelf. De bouwtekening ligt daar. Het is net als meubels van IKEA in elkaar zetten maar nu werk je met staal. Succes!” Ik keek de astronaut aan en daarna naar de hoek die hij mij aanwees. Misschien was ik verbaasd dat er voor het eerst in een paar weken tijd iemand, naast de directeur om, bij dit bedrijf meer dan twee zinnen tegen me had gezegd. Wellicht versterkte het astronautenpak dit gevoel. Ondanks die verbazing ging ik naar mijn eigen stuk grond en begon met de puzzelstukken in elkaar te leggen. Het was een uitdaging maar ik vond het best leuk. Uiteindelijk bleek mijn nieuwe collega niet alleen platen te spuiten en wassen en beschikte hij over meer sociale skills dan alle andere collega’s aan de andere kant en er ontstond zowaar een band. Hij was net wat ouder dan ik en bezat veel inzichten en kwam vaak met creatieve oplossingen. Hij was dan ook eigenlijk kunstenaar, maar zijn werken waren nog niet gekocht door het Guggenheim of Rijksmuseum. Dit werk deed hij voor zijn basisinkomen. Ik luisterde destijds vooral, en sloeg de lessen op. De rest van het voorjaar bleef ik hard werken en ik leerde zelfs op tijd te komen.
Ik wist dat het werk tijdelijk was, maar het gaf me motivatie, inspiratie en doorzettingsvermogen. Na een aantal maanden had ik genoeg geld verdiend voor een reis, zuipvakantie, met vrienden en ik wist ook wat voor studie ik wel wilde gaan volgen: de PABO. En zo startte ik na de zomer van 2006 in Breda aan de Avans Academy. Ik voelde me als een vis in het water tussen allemaal “zussen”. Je zou kunnen zeggen dat ik als vrijgezel de tijd van mijn leven zou hebben, maar ik respecteerde mijn vrouwelijke studiegenoten en op een kleine tongworsteling na bleef gepassioneerd gevrij lange tijd uit. Ik had de tijd van mijn leven. De studie ging me goed af en tijdens stages kwam ik helemaal los. Mijn grootste uitdaging was het bijhouden van mijn portfolio. En toen was daar ineens mijn reddende engel. Onze romance was geen liefde op het eerste gezicht, we zaten namelijk al negen maanden bij elkaar in de klas, onze liefde ontstond geleidelijk, het was evolutie en daar was iedereen getuigen van. Het kon ook geen toeval zijn. Mijn vriendin woonde nog geen vijftig meter bij mij vandaan, in de architectenwijk van Dongen. Hoe kon het dat ik haar in achttien jaar niet had opgemerkt? Studeren deden we al snel niet meer in Breda, maar aan de keukentafel van haar ouderlijk huis. Niet veel later kwam studeren er ook niet meer van. Dit was liefde wat ik voelde. En het was wederzijds. We hadden totaal andere karakters en ergens was er ook herkenning. Het was een match.
Jarenlang liepen onze paden naast elkaar. We probeerde elkaar op school vrij te laten, maar na de laatste zoemer vingen we elkaar op. De studie werd wel steeds taaier. Mijn beschermengel kon niet meer voor mij en haarzelf een portfolio bijhouden. Iets wat ik ook pertinent niet wilde, maar waar ik wel afhankelijk van was geworden. Met mijn lerende vermogen was niks mis, maar de verslaglegging ging me gewoon niet goed af. Dit resulteerde in een jaar overdoen. Ik bleef weer zitten en kwam in een nieuwe groep terecht. Ook hier vond ik snel mijn draai, maar dit betekende wel dat de paden van mijn vriendin en mij steeds verder uit elkaar gingen liggen. Het was moeilijk om dit te concluderen, maar we wisten toen al dat we elkaar moesten loslaten, al duurde het jaren voordat we dat echt konden.
Die (anti)climax werd bereikt in de zomer van 2010. Wij, Nederland, speelden de halve finale tegen Uruguay. Luis Suarez was geschorst door een handsbal tegen Ghana, dus we stonden eigenlijk met één been in de finale. Zou Nederland, als een van de grootste boevennaties van de wereld en machtig kolonisator in de Gouden Eeuw, in Johannesburg voor het eerst wereldkampioen worden? Het zou de grootste grap van dit Millennium zijn. De halve finale bleek een moeilijkere horde te zijn dan vooraf gedacht en het werd een Thrillah van Manilla, A Rumble in the fufuzela-jungle! Mijn vriendin ging niet vaak mee naar dit soort evenementen en ik stond tussen mijn vrienden en talloze mooie vrouwen. De adrenaline gierde door onze lijven. En toen kwam daar die verlossende knal van de nummer vijf van Ons Oranje, Gio! Nederlands beste linksback ooit, en als gelegenheidsaanvoerder wist hij wat deze wedstrijd nodig had. SCHIETEN! En zijn kanonskogel vloog in de verre hoek. Veel mooie goals waren er dat toernooi al gemaakt, maar dit was de oerknal! E=MC2! De hele wereld vergat even ons koloniale verleden en het was Nelson Madiba Mandela zelf die samen met koning Willem-Alexander en Koningin Maxima het hardste juichte. Dit is verzoening! Dit is Ubuntu. En toen ik dat zag kuste ik de dichtstbijzijnde vrouw vol op de mond.
Een dag later was mijn euforie verdwenen en moest ik mijn daad opbiechten aan mijn geliefde. We reden naar een stadje in de buurt en al onderweg kreeg ik van haar een oranje Puma boxer. De knoop in mijn maag werd strakker aangetrokken. Ik had haar bedrogen, en ook al was het maar een onschuldige kus, geen franse, ik had haar vertrouwen geschaad. Ik biechtte mijn daad meteen na het krijgen van mijn nieuwe boxershort op en ze vergaf me, maar ik wist dat ik mezelf niet kon vergeven en de kus kwam als een berg tussen ons in te staan. Een roadtrip naar Noorwegen met twee vrienden, het stoppen met de PABO, en daarmee mijn HBO-diploma mislopen, plus dat schaamtegevoel zorgden er uiteindelijk voor dat we onze relatie verbraken. We konden onze tijdlijnen niet meer gelijk laten lopen en we hadden allebei ruimte nodig. Mijn vriendin wilde kinderen voor haar dertigste en ik wilde nog wat van de wereld zien. Als vrienden gingen we uit elkaar en we bleven contact houden.
In de jaren die volgden ging ik mijn dromen waarmaken en vond werk in het buitenland en in een Wereld Vol Wonderen. Ik werd gedwongen om te spreken in Engels en dat ging me wonderbaarlijk goed af. Ondanks mooie contacten die ik opdeed was het niet het werk dat ik ambieerde. Een overspannen zomer in dat mooie pretpark in Kaatsheuvel zorgde voor een kortsluiting in mijn hoofd en ik besefte dat het tijd werd voor een sabbatical. Aan het einde van de zomer van 2015 kocht ik wandelschoenen, een backpack en treintickets naar Biarritz (een van mijn favoriete jeugdherinneringen) om vanaf daar naar Santiago De Compostela te lopen via de Camino Frances. Waar ik aanvankelijk dacht dat ik Spaans en Frans zou moeten spreken bleken mijn metgezellen zich prima te kunnen uiten in het Engels, en ondanks de woorden van Meneer Laurijsen, die nooit het vertrouwen in mij had gehad dat het goed kwam met Engels, kon ik zelfs mensen aan het lachen brengen met mijn Engelse communicatie. Wat zou het leuk geweest zijn als die goede man even een dag als vlieg op mijn schouder was meegereisd en mij had horen praten in het Engels, misschien dat hij dan mijn cijfers alsnog iets zou opkrikken. Het lukte me zelfs om het Iers van Michael en Patrick, vader en zoon, te volgen. Ik kan je verzekeren dat we die taal niet leerden in de zes jaren op mijn middelbare school. De verbindingen die gemaakt werden met mijn reisgezelschap zorgde voor een heerlijk gevoel. Voor het eerst in lange tijd ervaarde ik ultieme vrijheid en ondanks uitdagingen werd ik steeds zekerder van mijn zaak dat ik de Camino zou voltooien.
Op 18 oktober 2015 doemde in de verte de torens van de immense kathedraal op en ik arriveerde in Santiago de Compostela, de hoofdstad van de Spaanse regio Galicië. Ik was uitzinnig van vreugde. Misschien kwam dat omdat ik in lange tijd weer iets voltooid had, maar ik was vooral dankbaar voor alle mooie ontmoetingen die ik had opgedaan tijdens de reis. De tranen verschenen pas in mijn ogen toen ik mijn Facebook opende en een bericht met foto zag oplichten op mijn tijdlijn van mijn oude geliefde, die ik toen al lange tijd niet meer gesproken of gezien had, die twee dagen voor mijn aankomst moeder was geworden van een zoon. Het geluk straalde af van de foto en het versterkte mijn gevoel. Ik was blij voor mezelf, blij voor haar en blij voor ons. We hadden beide onze dromen nagejaagd. We hadden vertrouwen gehad dat alles goed zou komen met onze levens. En daar was het resultaat. Ik had als 28-jarige ontdekkingsreiziger mijn avontuur beleefd op Spaanse bodem. Mijn geliefde was net dertig jaar jong en voor het eerst moeder geworden. Die dag viel alles samen. Mijn hart was gevuld met goud.

Plaats een reactie