
Als je het in Brazilië niet eens met iemand bent, gebruik je “mas que nada”, geen gemaar! De Nijmegenaren zullen het nuilen noemen, in Amsterdam zijn ze aan het zeiken om alles of niks, ergens anders noemen ze het huilie, huilie, en de rest van Nederland zeuren dagelijks over het weer, of het nu warm of koud is, het is nooit goed. In het engels zou het neerkomen op “Yeah, right!” or “No, way!” Dus als ik een winnaar moest kiezen, dan verkies ik toch het mas que nada van de Brazilianen boven alle andere varianten. Het leven in Brazilië zal ook weleens zwaar zijn. Ze moeten daar waarschijnlijk ook werken en dat levert stress op en dat werk moeten ze verrichten terwijl er stranden als Ipanema en Copacabana bestaan. Toch krijgt dat gemaar een positieve draai. Dat is te danken aan deze genio! Jorge Ben Jor was de eerste die erover zong in 1963. Hij gebruikte, de melodielijn van José Prates’ Nanā Imborô. Philips hielp een handje mee en was als label betrokken bij deze Braziliaanse evergreen. Sergio Mendes maakte er drie jaar later een wereldwijde hit van en herhaalde dit kunststukje in 2009, bijgestaan door de Black Eyed Peas, het collectief dat alles wat ze aanraakten in goud konden laten veranderen. Het nummer maakte me zo vrolijk ondanks het gemaar dat ik de evergreen lange tijd als wachtwoord voor MSN Messenger gebruikte. Waarschijnlijk speelde er toen al krachten in mijn onderbewuste die bepaalden dat ik 20 jaar later een ticket naar Brazilië zou boeken. When my baby smiles at me we go to Rio.
Als kind was ik al een dromer. Hoe kan het ook anders als je opgroeit in een gezin waarin moeder alles kan creëren wat je als kind kunt wensen en een vader hebt die een eindeloze fantasie heeft. Ik was de eerste die geboren werd en ik voelde de liefde vanaf het begin. Als ik de dagboeken teruglees dan moet de eerste periode er ongeveer zo uitgezien zijn. Mijn moeder had haar carrière bij de bank opgegeven om mij de beste opvoeding te geven. Ik moet wel veel liefde hebben gekregen, want we waren lange tijd onafscheidelijk. Zeker in de periodes dat mijn vader voor zijn werk moest reizen. Mijn vader had namelijk een verantwoordelijke baan bij Ericsson. Af en toe moest hij daarvoor trainingen geven en volgen in het buitenland. In die periodes van afwezigheid werd mijn moeder bijgestaan door haar (schoon)moeders, schoonvader, (schoon)zussen en zwagers. Die warmte en zorg voor elkaar was heel gewoon in het zuiden van het land. Als mijn vader thuis kwam van werkdagen of trips dan was hij met zijn volle aandacht bij ons. We vormde een drie-eenheid vanaf het allereerste begin. Mijn vader vertelde over de wereld en las avonturenverhalen voor. Hij liet foto’s zien uit reisboeken van landen waar hij geweest was of waarover hij wel fantaseerde, droomde om naar toe te gaan. Mijn moeder nam me overal mee naar toe, liet me kennis maken met mensen uit de buurt en in huis liet ze me al op jonge leeftijd experimenteren met geuren en kleuren. Ze stond het toe om me te laten helpen met koken en stimuleerde me om binnen de kaders te kleuren. Het geluk werd verdubbeld toen ik een zus kreeg en drie jaar later ook een nog een broer. De drie musketiers waren compleet.
Door hard werken van mijn vader en moeder hadden we de luxe om ieder jaar op vakantie te gaan. In onze jonge jaren gingen we vooral op ontdekkingsreis naar de zandstranden van Zeeuws-Vlaanderen, waar we speurden naar haaientanden en schelpen, zandkastelen bouwden als het eb was en voetbalden op het strand als het getij veranderden in vloed en ons zandkasteel golven moest trotseren, hopend op geen totale verwoesting. Mijn vader groef diepe kuilen, waarin we tot ons nek werd ingegraven, daarna was de beurt aan mijn moeder, die los mocht gaan met zand, emmer, schep en scalpeermes om onze tijdelijke gevangenis te transformeren in een raceauto, krokodil of haai. Mijn vader kwam dan vaak met absurde ideeën en mijn moeder creëerde dan zijn fantasie. Het was spelen, een spel tussen jong en oud, een spel tussen twee verliefde ouders. ’s Avonds in de voortent van de vouwwagen maakten we wereldse gerechten, soms met een beetje hulp van maggi. We speelde spelletjes, waarbij we af en toe de regels zelf bedachten, of werden voorgelezen uit de boeken en bestudeerden de plaatjes van strips.
Naarmate we ouder werden gingen we verder weg. Met onze, jammer genoeg géén gele, Citroën, die later werd ingeruild voor Peugeot ’s in alle kleuren van de regenboog, reden we de zon tegemoet over de route soleil. Een weg die net als de Amsterdamse Straatweg was aangelegd door Napoleon. “En route mauvaise troupes,” riep mijn vader na het starten van de motor. Mijn moeder stopte een cassettebandje van Gloria Estefan in de radio. Misschien dat de maker van The Guardian of the Galaxy een soortgelijke jeugd heeft gehad, want in mijn beleving bracht het ruimteschip genaamd Citroën Xantia, ons onder begeleiding van de grootste 70’s, 80’s & 90’s hits naar mediterraanse oorden.
Zo besloten onze ouders, waarschijnlijk goedgekeurd door een zeer jeugdig driekoppig raad van advies, ons in 1994 mee te nemen naar camping Lou Pignada, niet ver van het plaatsje Vieux Boucau. Het was een bijzonder begin van de vakantie. Niet alleen omdat we zo ver moesten reizen, maar vooral omdat mijn vader een paar dagen eerder vrij had genomen van werk, zodat we eerder konden vertrekken. En niet zonder reden.
Het WK-voetbal was begonnen en na een moeizame groepsfase met krappe overwinningen op Marokko en Saoedi-Arabië en Marokka, maar verliezen van de Rode Duivels, was daar ineens een overtuigende 2-0 overwinningen op de Ieren in de achtste finale. De verwachtingen waren dan ook hoog. Het team was perfect in balans, een gezonde mix tussen spelers opgeleid door PSV, Ajax en Feyenoord, maar waren gehard in de grotere buitenlandse competities. En aan het roer van dit collectief stond Dick Advocaat. Flitsend was het allemaal niet, dat is het voetbal zelden waar Advocaat coach is, maar gestreden voor elkaar en zorgen dat je de wedstrijd niet verliest is iets wat je Bondscoach Advocaat niet kunt verwijten. Daarnaast hadden we echte zwaargewichten in huis, met Koeman en Rijkaard, die het centrale blok achterin vormde, op het veld staan. De creativiteit vanuit het middenveld werd verzorgd door Wim Jonk en Aron Winter, mannen met visie en net zoals Frank Rijkaard gesmeed waren door de Serie A. Vliegensvlugge buitenspelers met Bryan Roy en Marc Overmars. De grote ster was natuurlijk Dennis Bergkamp, die dan wel een moeilijk eerste seizoen in Milaan had gehad door nauwelijks tot scoren te komen, maar in de groepsfase had laten zien dat hij nog steeds behoorde tot de beste voetballers van de wereld van dat moment. Het waren dan ook de twee kompanen Jonk en Bergkamp die de Ieren over de knie legden ondanks aanwezigheid van aanvoerder Roy Keane in het veld. Ineens was daar weer hoop. Zou het Nederland dan toch een keer lukken om wereldkampioen te worden in de Verengde Staten?
Het was namelijk al op 4 juli bekend geworden dat Nederland Brazilië zou treffen in de kwartfinale. De absolute favoriet voor de titel was aan het wankelen gebracht door de Verenigde Staten en hadden de achtste finale alles behalve overtuigend gewonnen met 1-0. Dit hadden de analisten, Cruyff en Kraay Senior, in de studio van de NOS ook opgemerkt en het Oranje-legioen, in koortsachtige stemming gebracht. Als criticasters als Johan en Hans al geloof hadden in een titel en twijfel zaaiden over hoe goed de Goddelijke Kanaries waren dan moest de Oranjekoorts wel doorslaan. Mijn vader was in ieder geval overtuigd en zo reden wij vrijdag, een dag eerder dan gepland, naar het zuiden van Frankrijk. Hij wilde niets aan het toeval overlaten en de tent zou uitgeklapt zijn voordat het eerste fluitsignaal van de kwartfinale tussen Nederland en Brazilië zou klinken. Het was zijn droomfinale geweest, maar die vond nu al plaats in de vijfde speelronde en niet de zevende.
Mijn vader had een goed instinct, want de reistijd hadden we nodig. Files rondom Parijs, maar ook op de A10 tussen de stad van de liefde en de stad van de wijn maakte mijn vader zenuwachtig. Een warm aangelopen motor zorgde ook voor een kookpunt in de cockpit van onze Xantia. Alles zat tegen en we waren ondanks een goede discografie aan cassettebandjes weer terug bij Gloria Estefan and the Miami Soundmachine. De kwartfinale werd overigens in Dallas gespeeld, maar de vrolijke conga’s en montuno piano patterns uit Miami konden de stemming tussen Piloot en Co-piloot niet temperen. Op de achterbank hadden we de grootste lol. Als kind weet je toch niet beter dan dat alles goed komt. De wet van Murphy bleek niet helemaal van kracht te zijn en uiteindelijk werkte de auto weer en waren de auto’s van de overige 15 miljoen Nederlanders en Belgen die hun geluk gingen zoeken in het warme zuiden ook opgelost. We kwamen op tijd aan op de camping en we hadden zelfs nog tijd om een fanshirt aan te trekken voordat de wedstrijd begon. Daar zaten we dan, met zijn vijven, op de eerste dag van onze vakantie, te kijken naar de Brazilianen in het blauw en Nederland in het wit.
Zelf was ik dat jaar begonnen met voetballen en speelde met VV Dongen, net als Brazilië, in het geel blauw. Op de training, die werd geleid door Gerard en mijn vader, wilden we niks liever zijn dan Romario of Bebeto, Cafu of Ronaldo Fenômeno. We werden in mijn eerste jaar kampioen, wat we vooral te danken hadden aan Ferry, Mahmoud en Johnny. Nu moesten onze Oranje leeuwen diezelfde sterren verslaan met Totaal Voetbal. “Het zit dus zo, je moet gewoon de bal het werk laten doen.” Elk nadeel heb zijn voordeel.” Romario is goed, maar meeverdedigen, daar hoef je hem niet voor te bellen. Dus ergens heb je als Nederland een overtal situatie. En die ruimte moet je benutten.” Johan Cruyff legde het nog even uit aan de jonge kijkers. Jack van Gelder moest hem onderbreken want Evert Ten Apel zat te popelen. Spelers kunnen uit vorm zijn, maar dit kun je nooit zeggen van Evert Ten Apel. Evert Ten Apel was zo goed dat zelfs Hans Kraay Senior en, geloof het of niet, Johan Cruyff het zwijgen kan opleggen. En daar klonk het eerste fluitsignaal voor zowel de 22 spelers in het veld als de bondscoaches Dick Advocaat en Carlos Alberto. De spanning was vanaf minuut één voetbal. De brilstand stond bij rust nog steeds op het bord, en van zowel Totaal voetbal als Samba voetbal was tot dan toe weinig te zien. “Voetbal is entertainment. Mensen komen naar het stadion of zetten de televisie aan om vermaakt te worden. Wat we hier hebben gezien gaat helemaal nergens over. Nog geen schot op doel, en als je niet schiet dan kun je ook niet scoren. Ze lopen met kak in de broek over het veld.” Aldus JC. Op datzelfde moment zat in een Braziliaanse studio in het stadion van Dallas de “O Rei do Futebol” Pelé: “Eu acredito em Deus. No segundo tempo venceremos a Holanda com futebol de samba! Porque temos um banco mais forte. Confie no Espírito Santo! Mas que nada!” Afsluitend met een lach van oor tot oor.
Waarschijnlijk werd er in de kleedkamer van de kanaries een samba batucada gespeeld onder het genot van Yerba Mate en luisterde het Nederlands elftal naar Sinds 1 dag of 2 van Doe Maar lurkend aan de Earl Grey Thee van Douwe Egberts. Hoe dat ook: het verschil in energie was het eerste kwartier duidelijk. Bebeto en Romario kregen het op hun heupen. Geklungel achterin werd genadeloos afgestraft door de Gênios. Het stadion en de wereld werd getrakteerd op Futebol de Samba. “Mas que Nada!” En toen waren daar in een keer de verguisde Nederlanders van de Nerrazzuri. De stylist Bergkamp kreeg vleugels en maakte een einde aan de Braziliaanse wervelwind. 2-1, als een duveltje uit een doosje werd de spanning terug gebracht. Nederlands brief Cruyffiaans druk zetten en Bergkamp liet zien dat hij op dat moment een van de beste voetballers van de wereld was. Een penalty na een vermeende handsbal werd niet gegeven, maar uit de corner kopte Aron Winter raak. Met zijn kopstoot verschalkte hij Cláudio Taffarel. De wedstrijd stond op zijn kop. De Indiaan uit Emmen overstemde met zijn grote trommel de Pandeiro’s en Timbales van de batucada bandjes op de tribune. Het Carnaval in Rio zou dit jaar niet in Juli starten. Althans, niet als De Obi Wan Kenobi van Roberto Carlos niet in het veld had gestaan. Een makkelijk gegeven vrije trap zo’n vijfendertig meter voor de goal van Ed De Goeij, zag Cláudio Ibrahim Vaz Leal, oftewel Branco, als een buitenkansje. Met een aanloop van nog eens 10 meter, precies uitkomend voor zijn linker, knalde hij de bal met loepzuivere precisie in de onderhoek van het goal. Of de bal houdbaar was? Ed De Goey kon er alleen maar naar kijken. Seismometers overal te wereld detecteerde bevingen. Het carnaval barstte los op 9 juli 1994. Mijn zus en broer schrokken op uit hun slaap en op mijn wang rolde een traan. Het Oranje-legioen op het terras van camping Lou Pignada droop af terwijl de samba klonk uit de speakers van de grote televisie. Mijn ouders bleven zitten en bestelde twee Caipirinha voor zichzelf, een Orangina, twee Oasis en drie grote pizza’s om te delen en we kwamen als familie langzaam tot rust. De lange reis, het opbouwen van de vouwwagen en de intense wedstrijd van zojuist hadden onze familie uitgeput op dag een, maar ondanks dat zaten we er geslagen maar niet verslagen bij. Uit de speakers van de bar klonken nu de eerste pianoklanken van Sergio Mendes & Brasil ’66 en vrouwenstemmen zongen, bijna fluisterden in koor: “mas que nada.” Terwijl Johan Cruyff de wedstrijd nog na-analyseerde voor de overblijvers: “Voetbal is ook maar de belangrijkste bijzaak van het leven!”

Op 23 oktober 2023 nam ik mijn vader mee naar een concert van Gilberto Gil. Niet zonder reden. Gilberto Gil is een Gênio, um músico lendário, maar ook om een traditie weer op te pakken die door het Corona-tijdperk abrupt tot een einde was gekomen. Toen ik jaren geleden de platencollectie van mijn vader kreeg beloofde ik hem drie dingen: Ik zou zijn platen gaan draaien en niet gaan zien als museumstukken. Ik zou hem als dank meenemen naar concerten van artiesten die terug kwamen op zijn discografie of meenemen naar concerten van artiesten die hadden samengewerkt met zijn idolen. En als laatste zou ik zijn discografie verder aanvullen met Holy Grails, Black Gold en Gems. Daarnaast zou de traditie na dit concert weer tijdelijk On Hold worden gezet want diezelfde avond had ik mijn ouders verteld dat ik een reis naar Brazilië zou maken. Het land waar ik tot die tijd alleen maar van kon dromen.
Die avond zaten we te luisteren naar de evolutie van de Braziliaanse muziek. Fado’s, Bossa Nova’s, Batucada’s, Samba’s, Tropicalio’s en MPB’s werden ten gehoren gebracht in het Koninklijk Circus van Bruxelles. We zaten voor een dubbeltje op de eerste rang wegens “beperkt zicht” maar we konden de levende legende bijna aanraken. De 81-jarige Gilberto Gil’s gitaarspel was virtuoos, hij had een ietwat hese, breekbare, maar loepzuivere stem, en zijn stem werd aangevuld door het Braziliaanse publiek in de zaal, die op een intieme manier bijna fluisterend meezongen met ieder nummer alsof het ingestudeerd was. Rillingen over mijn hele lijf, en een traan rolde over mijn wang toen ik zelfs mijn inmiddels introverte vader hoorde meezingen met La Garota de Ipanema. Ik was op dat moment even met mijn gedachte bij mijn Girl From Ipanema ,die me een paar weken daarvoor out of the blue had medegedeeld dat onze relatie hier zou stoppen. Tijdens dat concert had ik het drie minuten lang zwaar, en ik kreeg een weemoedig gevoel in mijn buik wat de Brazilianen waarschijnlijk Saudade noemen. Alsof Gilberto Gil het aanvoelde zette hij een medley in van O Espírito Santo, Palco en Aquele Abraço. En de melancholie vervloog. Mijn hoofd werd gevuld met alleen maar herinneringen van gelukzaligheid en ik wilde maar een ding, dat dit concert eeuwig zou blijven doorgaan zodat ik dit gevoel voor altijd zit zou kunnen vasthouden. Toch kwam er aan deze medley een einde en onder luid applaus verliet Maestro Gil het podium, om vervolgens terug te komen met een de toegift van het jaar: Toda Menina Baiana. Als kunstenaar en artiest heb je de creatieve vrijheid om zelf je repertoire te kiezen. Voor deze fenômeno was het verspreiden van gelukzaligheid in de vorm van liefde voor de muziek groter dan zijn eigen trots. Hij trakteerde het publiek op de beste uitsmijter ooit. Op de weg terug naar Utrecht luisterden we naar alles wat Brazilië te bieden had en sloten af met: Mas que nada!. Het leven is te mooi om te verzinken in je eigen gejammer en gemaar. Boa Viagem. Saudade

Plaats een reactie