
Voordat ik op vakantie ga, heb ik altijd het goede voornemen om veel te lezen en te schrijven. Goede voornemens en je te veel vastpinnen aan een plan moet je niet doen op reis, en zeker niet als je op reis gaat naar Zuid-Amerika en specifiek Rio Babilônia. Het begin was sterk, ik had een nieuw dagboek gekocht, een fijne pen gevonden en was al begonnen met het opstellen van een lijst met mooie mensen vanaf moment één dat ik door de gate liep richting de douane. Wat een oplichting was het toen ik op 1 januari Nederland achter me liet. De laatste maanden waren pittig geweest. Een relatiebreuk, het verliezen van mijn eigen woning daardoor en onverklaarbaar bloedverlies brachten me aan het wankelen. De relatiebreuk was nog mijn minste zorg. Sinds mijn psychose en de verwerking daarvan ken ik weinig angsten, maar de enige angst die ik nog wel had was het verliezen van mijn geliefde. Toen uiteindelijk die relatie verbroken was voelde ik na enkele weken liefdeverdriet geen leegte meer maar opluchting. Het was moeilijk geweest om samen te leven met een mooie, intelligente vrouw die vaak moest reizen naar conflictgebieden in de wereld waarvan ik alleen de namen kende door het verschrikkelijke NOS nieuws. Begrijp me niet verkeerd; ik was smoorverliefd op haar, maar samenleven met iemand van wie je houdt die op werkbezoek moet naar Syrië, Algerije, Ethiopië en Libanon is niet altijd even makkelijk als je een overgevoelig, licht-autistisch persoon bent zoals ik. Ieder uur te lang radiostilte haalde me uit mijn verband. Ik was altijd blij als ze weer terug was en probeerde het thuis zo huiselijk mogelijk te maken, maar ik had altijd het gevoel of het huis haar thuis niet was. Een gevoel dat ik zelf ook ken. Vogels moeten vliegen, vrij zijn, en niet opgesloten zitten in een kooi die je zelf creëert of voor je gecreëerd wordt omdat “iedereen” het zo doet. Zijn wij mensen niet van origine nomaden? Net als andere dieren? Gingen onze voorouders niet op pad als er gevaar dreigde, geen eten meer was? En voelde we niet instinctief aan wanneer het tijd was om verder te trekken? Uiteindelijk was ik blij voor haar en blij voor mezelf. Je moet liefde niet forceren. Liefde is iets wat automatisch moet gaan en het wordt er niet sexier op als je elkaar vast houdt door allemaal liefdescontracten op te stellen. Daarmee wil ik niet zeggen dat je niet moet werken voor elkaar en meteen uit elkaar moet gaan als iets niet lekker loopt, want er moet altijd ruimte zijn voor groei, liefde moet natuurlijk aanvoelen. Volgens mij is echte liefde iets als de Griekse mythologie ons liet doen geloven, waarbij de drie oervormen van liefde samenvloeien: Eros, filos en agape. We waren er bijna, maar net niet helemaal. Het verliezen van mijn eigen woning was ook niet het einde van de wereld, maar maakte het uitvoeren van mijn passies er niet makkelijker op. Waar moest ik radio maken? Waar kon ik mijn platenkast opbouwen als ik steeds weer in beweging was? Waar kon ik koken voor vrienden? Waar kon ik tot rust komen? Opvallend genoeg diende zich veel plekken aan en daarvoor hoefde ik geen Tinder of Bumble te installeren. Gelukkig waren er veel mensen in mijn netwerk die blijkbaar ook het verhaal van de Barmhartige Samaritaan hadden gelezen en begrepen, dus al snel kreeg ik fijne opties aangeboden. Op straat heb ik nooit hoeven leven, maar ik was wel veel aan het reizen, wat een bepaalde creativiteit aanwakkerde, maar me ook erg moe maakte. Toch waren deze twee dingen niks bij mijn grootste zorg van dat moment. En dat was mijn eigen gezondheid. Sinds de zomer van 2023 verloor ik weer veel bloed bij mijn ontlasting. Ik had dit al vaker gehad, maar de hoeveelheid bloed was nu wel meer dan in het verleden. Een paar keer was ik me rot geschrokken, ik ben nota bene geen vrouw en voor zover ik weet is het niet bekend dat ook mannen een maandelijkse cyclus hebben van bloedverlies. Daarnaast voelde mijn buik ook niet goed aan. Steeds op één plek linksonder mijn navel voelde ik constant frictie en dat baarde me zorgen. Kleine speldenprikjes die geen pijn deden, maar die ik wel als onprettig ervaarde. In nog geen twee maanden tijd verloor ik bijna vijftien kilogram aan gewicht en dit zorgde ervoor dat ook de artsen mij verder wilden onderzoeken. Het waren geen leuke onderzoeken, maar dankzij mijn meditatiecursus lukte het me om om de proeven te doorstaan. Ja mijn Uranus bleek echt een uitgang te zijn en geen ingang. Toch was dieper onderzoek nodig om de oorzaak van het probleem vast te stellen. Ik begon me wel wat zorgen te maken en steeds vaker moest ik denken aan de leeftijd waarop mijn held Bob Marley was overleden. Ik ben geen hypochonder, maar er zijn genoeg mensen van mijn leeftijd en zelfs jonger die een enge ziekte krijgen. Alle symptomen beloofden niet veel goeds en ook de communicatie vanuit het ziekenhuis maakte me enigszins gestrest. Toch probeerde ik me te focussen op hetgeen waar ik invloed op had, te blijven geloven in de kundige medische wereld en verder zo gezond en stressloos te leven. Ik vroeg verlof aan bij mijn werkgever zodat ik me kon richten op mijn eigen herstel en ik denk nog steeds dat dit uiteindelijk heeft geholpen om deze tijd te doorstaan. Uiteindelijk vier dagen voor mijn vlucht naar zuidelijk halfrond kreeg ik het laatste rectale onderzoek en nog diezelfde avond kreeg ik groen licht. De poliepen waren niet kwaadaardig en door middel van goede voeding, rust, gezond leven in de tropen zouden me wel eens goed kunnen doen volgens de arts. Kom wel midden Februari terug, dan kijken we dan hoe het er voor staat. Ik was opgelucht, alle emoties kwamen er die avond uitnen heb die avond een traan gelaten. Dankbaar voor het feit dat ik verder mag leven en mijn uiterst houdbare datum nog niet gedrukt werd in mijn lichaam. Dat het leven ergens eindigt weet ik maar al te goed, maar die middag kreeg ik mijn leven weer terug, en ik beloofde mezelf opnieuw om de dag te gaan plukken. Maak je niet druk om morgen, de dag van vandaag heeft al zorgen genoeg! Dus zo kon ik toch op 1 januari in het vliegtuig stappen.
Mijn reisblog gaat nu een sprong maken. Want na een werkelijk fantastische landing in een warm bad, ben ik na een week schrijven van avonturenverhalen mijn dagboek kwijt geraakt in de Uber door een eerste zonnesteek opgelopen op Praia de Ipanema. Dagboeken kwijtraken is altijd pijnlijk, maar deze kwijtraken in Rio de Janeiro en vooral in een taxi die je verplaatst tussen Ipanema en Copacabana relativeert wel; er zijn ergere plekken op de wereld om iets kwijt te raken. Wel moet ik zeggen dat ik baal dat tussen dat dagboek ook mijn zelf gecreëerde schatkaart zat, vol verborgen parels in Rio de Janeiro. Die schatkaart is wellicht ergens op de zwarte markt verhandeld voor een hoop diamanten en parels, maar goed, geld maakt minder gelukkig dan mooie herinneringen verzamelen. Daarom ga ik jullie laten vliegen na wat ik dacht mijn laatste reisdag moest zijn: 1 Feburari.
Toen ik te horen kreeg van het ziekenhuis dat ik geen enge ziekte had, maar dat ze me voor de zekerheid wel wilde zien in februari om alles nog een goed te checken besloot ik diezelfde avond nog een ticket te kopen voor mijn retour naar Europa. Reizen, herinneringen verzamelen, mooie mensen ontmoeten en genieten is fantastisch, maar gezondheid blijft belangrijk als je al die voorgaande dingen langer wil doen in een langer leven. Moeilijk was het wel om al na te denken over je terugkomst als je aanvankelijk dacht dat je voor onbepaalde tijd kon reizen, maar ik kon niet anders op dat moment. Daarom besloot ik gewoon een maand lang uitermate ultiem te leven en genieten in Rio de Janeiro en omgeving en daarna wel weer te zien in Nederland. Daarom zou ik op 29 december gewoon terug vliegen naar Europa. Ik had besloten om te vliegen naar Lissabon, omdat de cultuurshock dan het minst groot zou zijn. In Lissabon kon ik namelijk weer wennen aan Europa, maar me wel laten omringen door het prachtige Portugees en een arsenaal aan wereldburgers. Santa Clara is gewoon een Santa Teresa, Belem, Recreio, de Arcos en Cristo Redemptor zijn namelijk ook gewoon in Portugal te vinden. Ik voelde Saudade dat ik Brazilië had verlaten, maar ik genoot ook met volle teugen van de heerlijke koele eerste voorjaarsavonden in Lissabon. De stad rook zo fris en de mensen waren in opperbeste stemming. Ik zag het gouden uur vanaf een heuvel waarop de wijk Santa Clara was gevestigd, ik at rijst met octopus, dronk Port wijn en sliep in een hostel met donzen dekbedden en een dik hoofdkussen waarin ik verdween naar dromenland. De dag erop liep ik de hele boulevard af en volgde de zon en snoof wat cultuur en urban hiphop op in LX Factory. Ik voelde me zo gelukkig en dronk een fles rode wijn. Ik zou hier kunnen leven. Toch besloot ik die avond mijn ticket te boeken naar Nederland. Mijn bankaccount was aardig geplunderd en de realiteit zegt dan dat je moet werken om datzelfde account weer aan te vullen. De vlucht zou de dag erna om 18:00 ’s avonds vertrekken van de internationale luchthaven van Lissabon naar Rotterdam/Den Haag. Na de klik op de knop ter bevestiging kwamen twee leuke masterstudenten, die ook zeker hadden genoten van een fles Vino Tinto, bij me staan. We zaten op dezelfde golflengte qua meligheid en we vonden elkaar goed. Ze vonden het jammer dat ik morgen al weer weg ging en vroegen of ik zin had om voor mijn vertrek nog mee te gaan naar het einde van de wereld. Het einde van de wereld!? Natuurlijk, want daar sluit je een reis af. Het was namelijk het einde van mijn zoveelste nieuwe begin. En net als toen ik de voettocht naar Santiago de Compostela maakte en doorreisde naar het einde van de wereld in Spanje genaamd Finisterra, bleek deze kaap echt het meest westelijke puntje van het Europese vasteland te zijn. Cabo de Roca. Ik had niet lang bedenktijd nodig en ik had tijd genoeg als we vroeg zouden vertrekken. Vaak genoeg zat ik uren van te voren op het vliegveld en dan dacht ik altijd: ik had deze tijd zo veel effectiever en efficiënter in kunnen delen dan hier op deze plastic kuipstoel weg te schralen. Dus daarom besloot ik met mijn twee nieuwe vriendinnen mee te gaan. Mijn nieuwsgierigheid werd beloond. De dames hadden de trip goed voorbereid. Alles verliep volgens plan. Nog voor 9.00 uur zaten we in de trein met koffie en thee, pasteis de nata en een grote glimlach op onze gezichten. De trein bracht ons naar Sintra, het paleis dat een Italiaanse romanticus had ontworpen en laten bouwen voor een Braziliaanse prinses. Het park rondom het paleis was een ware illusie, een sprookje, een droom. Gaudi moet zeker in de leer geweest zijn bij deze Italiaan, want het was alsof ik door een verlaten Parc Guell liep. Deze romanticus had stijl en ik droomde dat ik ooit minimaal een paleis als dit moest gaan bouwen als ik ooit Aurora wilde overhalen om naar mijn koude kikkerlandje te komen. We struinden samen wat rond door het mooie park onder een azuurblauwe hemel en ik dagdroomde over de laatste dag in Rio met mijn Mexicaanse Aurora. Hier zou ik ook met haar in stijl kunnen flaneren. Ik stopte met droelen en kwam weer terug op planeet aarde. Mijn nieuwe Maltese vriendinnen hadden een verrassing in petto en bleken de zware rugtas niet voor niks meegenomen te hebben. Het zal vol met verse ingrediënten voor een goede brunch. Ik stopte met dromen, want eten is belangrijker dan je verliezen in een illusie. De motor moet blijven draaien. Het was de kers op de taart van die ochtend. Het leven is goed, je hebt niets anders nodig dan een prachtige omgeving verlicht door de zon, goede ingrediënten en mooi gezelschap. We vertelden elkaar mooie verhalen en lachten om van alles en niks. De tijd vloog voorbij en we schrokken van de klokken die begonnen te luiden en aangaven dat het al 12:00 uur was. Cabo de Roca zou maar een kwartier met de bus zijn, maar daar zouden we ook een hike moeten maken van 20 minuten. We liepen snel naar de bushalte en al snel kwam er een busje aan dat voor ons stopte. Ik wilde betalen met mijn pinpas, maar dat was niet mogelijk. Ik besloot om voor alle drie te betalen met mijn laatste tien euro en daardoor hield ik nog maar drie euro over. Dat zou niet uitmaken, want met deze ticket zou ik ook terug in Sintra komen. De bus bracht ons naar het uiteinde van de wereld zoals de mensen die plek aanduidden voor de Colombus’ ontdekking van Amerika. De bus zette ons af in een groen veld vol gele bloemen. De velden symboliseerden de Braziliaanse vlag en ik kon wel huilen van geluk. Het maakt helemaal niet uit waar je naar toe gaat op de wereld, je kunt de wereld die je wilt zien ook naar je zelf toehalen, als je maar inbeeldingsvermogen hebt. Het was prachtig. De eerste voorjaarsbloemen lieten zich hier zien op de velden bovenop de meest westelijke kaap van Europees vasteland. Sprakeloos liepen we een aantal minutenlang door het veld richting de Cabo de Roca. Via een stijl pad naar beneden zouden we bij een verborgen strand komen. Na iedere minuut werd het duidelijker waar het pad ons naar toe zou brengen en ik was werkelijk waar overdonderd. Waar ik tot die ochtend nog dacht dat Praia de Ipanema het mooiste strand ooit was moest ik nu toch bekennen dat mijn voorkeur uitging naar dit relatief verlaten strand. Hier kon een van de scenes van The Big Lebowski zijn opgenomen. Hier heerste vrede, een serene rust ter vergelijking met Ipanema. Dit was een hippie strand. Hier zou je in je blote kont door het rulle zand willen rennen en je laten meenemen door de sterke golven van dezelfde Atlantische oceaan als in Rio de Janeiro. Hier zou ik iedere dag, de rest van mijn leven, de zonsondergang willen zien. Genietend van een goed glas wij, de muziek van Jose James, samen met mijn Aurora en misschien een Australische herdershond. De tranen begonnen in mijn ogen te prikken en toen ik het zand onder mijn schoenen voelde zei mijn oerinstinct: kleed je uit tot je onderbroek en ren die oceaan in. Ik deed wat mijn instinct me toeschreeuwde, liet me meenemen door de golven en weer terugbrengen naar het strand, droogde me af, kleedde me aan, knuffelde mijn nieuwe vriendinnen vaarwel en ik beloofde ze dat we elkaar ooit een keer zouden herzien en rende hetzelfde stijle pad op naar boven. We hadden namelijk wat langer gedaan dan gedacht over de afdaling, dus ik moesr wat tijd inhalen, al had ik nog steeds vier uur voordat mijn vlucht zou vertrekken. De terugtocht naar de bushalte ging sneller dan de afdaling naar het verborgen strand. Ik liep door het veld met de gele bloemen en aan het einde van dat veld zag ik nu een oranje tuktuk staan. Een mooie vrouw met gebruinde huid stond naast de tuktuk en deed net het luik open. Ze verkocht sinaasappelsap en sokken. De sinaasappels zagen er heel rijp uit en ik had zin in Vitamine C onder de eerste Europese Vitamine D van het jaar. Ik vertelde de vrouw dat ik ook graag zo’n karretje zou willen hebben voor mijn peallepan en we kletsten wat. De bus was toch nog niet langsgekomen zei de vrouw en zou een lus maken bij de vuurtoren en dezelfde route terug nemen, dus ik zou naar de halte kunnen lopen wanneer ik de bus zou zien. Ik betaalde de jus d’orange met mijn laatste euro’s en liep naar de bushalte. Eenmaal in de bus probeerde ik mijn retourticket te scannen bij het ticketautomaat, maar die weigerde mijn handeling. De buschauffeur was al begonnen met rijden maar liet me weten dat het ticket dat ik gekocht had een enkeltje was. Ik dacht even dat hij een grap maakte, want ik had daar geen rekening mee gehouden. Ik zei hem dat ik op zoek ging naar geld en dat ik hem snel zou betalen, maar ondertussen wist ik wel dat ik niet genoeg geld had om die twee euro en zeventig cent te betalen. Bij de eerste halte begon de chauffeur ongeduldig te worden en ik vroeg hem nog even te wachten. Bij de daaropvolgende halte verloor de chauffeur zijn engelengeduld en begon hij wat minder vriendelijk in het Portugees te praten. Ook al begreep ik geen woord van wat hij zei, zijn non-verbale communicatie was duidelijk: hij wees me de deur. Ik moest maar geld gaan schooien bij een restaurant of bakkerij maar hij zou me niet meenemen naar Sintra. Waren mijn twee jonge metgezellen maar bij me dan had deze man ons zeker meegenomen, maar nu voelde ik me alleen en voor het eerst in vijf weken vakantie ervaarde ik iets van boosheid ik me opborrelen jegens een persoon. Daar stond ik dus, in de middle of nowhere. Echte paniek voelde ik niet, maar ik wist wel dat ik snel in Sintra moest komen. Bij de eerste bar kreeg ik geen geld los gepeuterd en daarom besloot ik verder te lopen, bergafwaarts naar het dorp waar ik de bus had gepakt naar Cabo de Roca. Bij iedere auto stak ik mijn duim op, maar liften was hier blijkbaar niet gebruikelijk. Ik besloot mijn wandelpas te versnellen, want ik wist natuurlijk dat vijftien minuten met de bus ongeveer gelijk staat aan 1,5 uur wandelen. Bij iedere sprint voelde ik me sulliger worden; was ik maar terug gegaan naar de dame van de sinaasappelsap. Zij had mij zeker drie euro laten pinnen. Als een Forrest Gump bleef ik rennen, maar ik wist dat de tijd niet in mijn voordeel zou werken. Uiteindelijk kwam ik na een klein uur in een dorp aan en daar vond ik een pinautomaat. Ik liep met mijn twintig euro naar de bushalte en wachtte op de bus. Cool was ik op dat moment niet meer, mijn telefoon was uitgevallen, en ik zag aan de zon dat het al laat was. Daarnaast zag ik veel scholieren uit school komen die ook op de bus wachtte. Ik gokte dat het 15:00 uur was geweest en dit werd bevestigd door de baldadige scholieren. Ik had nog maar drie uur om bij het vliegveld te komen. De bus arriveerde en ik liep naar binnen. De buschauffeur kon niet terug van 20 euro, maar liet me toch gratis meerijden. Ik moest lachen: wat is het leven toch ironisch. Ik nam plaats in een zetel en probeerde mijn telefoon op te laden. De bus zat afgeladen vol met scholieren en ze maakten dezelfde grappen als in Nederland; het is namelijk ook in Portugal leuk om na iedere halte op de stopknop te drukken zodat de buschauffeur wel moet stoppen en je langer met je eerste geliefde of stoere vrienden in de bus kan zitten. Mijn Braziliaanse vibe verloor ik daar spontaan. Ik ga mijn vlucht missen! Tijd was mijn vijand en de omstandigheden werkten niet mee in mijn voordeel. Uiteindelijk kwam ik aan bij het station van Sintra en daar stapte ik op de eerste trein. Die trein was niet de sneltrein, maar de stoptrein. De vloer van mijn wagon werd lava, drijfzand en mijn knieën begonnen te knikken. Waar ik eerder de dag tijdens de afdaling naar het verborgen strand mijn gelukzaligheid beoordeelde me een 9+ uit 10, begon de wet van Murphy aardig aan dit magische nummer te werken om er een lager gemiddelde van te maken. Ik zou voor de tweede keer in een maand tijd een vlucht gaan missen. Ik ging zitten op de vloer van de stoptrein en dacht even dat ik moest huilen, maar in plaats daarvan begon ik te gieren van het lachen. Waarom zou ik me zorgen maken om iets waar ik totaal geen invloed op heb. Ik dacht terug aan de dag en de voorafgaande maand. Robert: dit is nu alchemie! Het leven van je eigen legende!
Ik liet het bandje van mijn vakantie terugspoelen en dat zag er ongeveer zo uit:
stoptrein, eruit gezet worden in de bus, drinken van de lekkerste sinaasappelsap ooit, rennen door een groen veld met gele bloemen, klimmen naar de top van de kaap, rennen door het rullen zand, stoeien met de golven, rennen door het zand, afdalen naar het strand, wandelen door een veld met gele bloemen, turen naar een vuurtoren op Cabo da Roca, de bus nemen, de beste brunch in tijden verorberen en struinen door de tuinen van een Braziliaanse prinses, de trein nemen van Sintra naar Lissabon, het eten van pasteis de nata en drinken van een espresso, slapen onder dikke dekens, LX Factory en wijn in Santa Clara, eten van rijst met octopus, flaneren over de boulevard, vliegen van Lissabon naar Fortaleza, kijken naar voetvolleyballers op het strand van Fortaleza, de bus van Fortaleza naar Rio de Janeiro, het samba concert in diezelfde bus, rollen door staten zoals Ceara, Pernambuco Bahia, Espirito Santo en Minha Gerais, ontbijten in Lapa, wandelen van Lapa naar mijn appartement in Santa Teresa, de kus met mijn Aurora onder de Arcos van Lapa….
Op dat moment vloog mijn vliegtuig over mijn hoofd richting Nederland en was ik in gedachte bij mijn geliefde Brazilië en bij een Mexicaanse schone die me gecrushed had zoals een bartender zou doen met het ijs wat de verkoeling biedt aan de cachaça en limoensap en suikerwater van een goede Caipirinha.
Wat kun je nu doen in zo’n situatie? Mas Que Nada! Of…
“What is cooler than to be cool? Ice-cold!” aldus OutKast





Plaats een reactie