1987, het jaar dat Ajax met Van Basten de Europa Cup II wint. Ruud Gullit voor miljoenen naar AC Milan verhuist. Popster Madonna op wereldtournee gaat. De Aanslag een Oscar wint. In het Midden-Oosten is er veel onrust. In Zuid-Afrika kent de apartheid zijn hoogtepunt. Het communisme in de Sovjet-Unie haar perestrojka. Schilderijen van Van Gogh gaan als warme broodjes over de toonbank. Een Vrij Veilig-campagna wordt gestart tegen AIDS. In 1986 werd er nog onveilig gevreeën. Op 5 juni, in het ziekenhuis van Oosterhout, worden mijn ouders namelijk voor het eerst papa en mama. Een veilige en liefdevolle opvoeding volgt in Dongen. Niet veel later blijkt dat ik de weg heb vrijgemaakt voor mijn zus en broer. De Tasmanstraat is onze thuishaven. Het voetbalpleintje voor ons huis zorgt voor de basis van mijn grootste passie op dat moment, voetbal. AFC Ajax groeit uit tot de grootste club van Europa onder leiding van Cruijff en Van Gaal. En zelf word ik kampioen met de F-pupillen van VV Dongen.

Ja, ik werd bezeten door voetbal. Gelukkig kent het Nederlandse klimaat ook regenachtige dagen. Op die dagen werd de basis gelegd voor mijn andere twee passies: muziek en koken. Ik wilde al op jonge leeftijd drummer in een drumband worden. Ik koos uiteindelijk voor trompet. Waarschijnlijk toch overtuigd door de LP’s van Miles Davis en Chet Baker die ik vond in de collectie van mijn vader. Op de basisschool richtte ik de schoolband op en bij Aurora werd ik onderdeel van het basisorkest. Plankenkoorts zorgde uiteindelijk voor mijn voortijdige aftocht. Toch bleef ik muziek maken en beluisteren. Mijn trompet ruilde ik in voor toetsen en uiteindelijk was ik zelfverzekerd genoeg om weer op te treden. Mijn kookkunsten werden ontwikkeld door mijn moeder. Het bakken van koeken en taarten werd een wekelijks ritueel. Het geheime recept van de zelfgemaakte kroketten van opa heb ik nooit achterhaald, maar de smaak is me altijd bijgebleven. Zelf gevangen vis werd gegrild op de barbecue of gerookt in een rookkast. Toch was het niet mijn ambitie om kok te worden. Op school deed ik het goed en mijn algemene kennis was goed ontwikkeld. De jaarlijkse vakanties naar Frankrijk, het lezen van avonturen- en reisverhalen zorgde voor mijn brede blik op de wereld.

De middelbare schooltijd zorgde ook voor het einde van een veilige periode. Aan het begin van die periode had ik moeite met het vinden van mijn plek. Ondanks dat ik in mijn woonplaats Dongen naar school kon gaan heb ik jaren nodig gehad om mij echt thuis te voelen op het Cambreurcollege. Ik denk dat het experiment dakpanklassen en het studiehuis mij daarbij ook niet hebben geholpen. Ik kwam ieder jaar in een andere klas terecht omdat mijn puntenlijsten zorgden voor een niveau switch. Ik leerde hierdoor wel veel mensen kennen, maar tot diepgang kwam het niet. Daarnaast waren het roerige tijden in zowel de wereld als in de familie. Het jaar 2001 was zowel een mondiaal als familiair crisisjaar. Het voordeel van rampen en crisissen is dat het zorgt voor een tegenbeweging. En ik wil nu niet cool doen en zeggen dat deze tegenbeweging ontstond in de vorm van een revolutie, integendeel. Maar de gebeurtenissen zorgden wel voor geleidelijke verandering, oftewel puberteit. Uiteindelijk kwam ik naar vier jaar als zittenblijver in de juiste klas terecht en vond ik ook langzaam mijn “mojo” terug. Het medeorganiseren van het eindejaarsgala zorgde ervoor dat ik op mijn hoogtepunt kon stoppen met de HAVO. Ik slaagde met mijn hakken over de sloot in 2005 waardoor ik a-la-minute moest nadenken over een vervolgopleiding. Het hoogste punt op mijn cijferlijst zorgde voor de keuze om na de zomer te starten met de lerarenopleiding geschiedenis in Tilburg.

Mijn motivatie om te beginnen aan die opleiding was dus vrij ondoordacht. Waardoor ik dan ook een van de college dropouts werd in dat jaar (de plaat College Dropout van Kanye West had ik in 2004 grijsgedraaid). Na een paar maanden fulltime werken was ik gemotiveerder dan ooit om te gaan studeren en daarom schreef ik me in voor de PABO in Breda. De regie hebben over een eigen klas sprak me aan. Talenten ontdekken van jongeren en die verder ontwikkelen zag ik als een roeping. Mijn tweede kans op het HBO pakte ik met beide handen aan. De start was dan ook veelbelovend en behaalde mijn propedeuse. Bij dit getuigschrift bleef het en heb ik mijn studiecarrière niet kunnen belonen met een diploma. Toch heb ik in deze periode veel geleerd. Door deze studie weet ik nu hoe je SMART-doelen moet opstellen en hoe ik kan werken aan mijn competenties.

In 2010 besloot ik om de schoolbanken achter me te laten en me te richten op een beroepscarrière. Ik kreeg de kans om kok te worden van Gasterij Den Hamse Bok. Ik leerde in korte tijd de kneepjes van de horeca. Een prachtige tijd. Toch was ik niet tevreden. Een burn-out/depressie in de winter van 2012/2013 zorgde er uiteindelijk voor dat ik het roer moest omgooien. Therapie, werken in het buitenland, het doen van vrijwilligerswerk, Paulo Coelho en geloven in sprookjes zorgden er uiteindelijk voor dat ik weer in mezelf ging geloven. Mijn voettocht van Saint-Jean-Pied-De-Port naar Santiago De Compostella was de confrontatie met mezelf die ik nodig had.

Ik kijk uit naar 2024. Een jaar waarin ik met veel plezier wil blijven werken als kok, maar ook ruimte wil vrijmaken voor vrijwilligerswerk en schrijven. De droom om te reizen naar Midden-Amerika en het Regenwoud van de Kinderen in Costa Rica met eigen ogen te bewonderen is levendiger dan ooit. Dat afgelopen dertig jaar hebben mij in ieder geval geleerd dat het niet veel uitmaakt wat je doet maar dat het meer gaat om wie je bent!