Mijn eerste roadtrip maakte ik in 2010 met Lex en Sonny (twee voetbalvrienden) naar Noorwegen. Na een aantal jaar geld verbrast te hebben in Mediterraanse badplaatsen werd het tijd voor de woeste, ongerepte schoonheid van Noorwegen. In bijna vier weken zouden we uiteindelijk meer dan 5.000 km afleggen. Met als noordelijkste puntje van onze reis de universiteitsstad Trondheim. De stad wat het decor zal bieden van dit verhaal.

Onze reis was een goede mix van natuur, sportieve uitdagingen, kilometers vreten, wildkamperen en stedentrips. We hadden onze trip zo uitgestippeld dat we veel bezienswaardigheden konden aanschouwen maar in de weekenden in steden zouden zijn om cultuur op te snuiven en een enkel danspasje te wagen met een kleine alcoholische versnapering. We hadden ons goed ingelezen en waren op de hoogte van de hoge accijnzen in Noorwegen op alcohol. Dagen achter elkaar in plaatselijke kroegen hangen zat er daarom voor ons, arme studenten, niet in. Gelukkig had onze Volkswagen bestelbus genoeg ruimte voor een aantal trays bier en enkele flessen rum en koffielikeur, dus die dagen in de wildernis kwamen we prima door.

Na de overtocht van Hirtshals naar Larvik besloten we in de eerste week door te rijden naar de westkust van Noorwegen. Waar we uiteindelijk in Bergen ons eerste weekend doorbrachten. Wij Nederlanders klagen vaak over het regenachtige weer in Nederland, en als gesprekken dood vallen is het eerste thema dat het gesprek op gang moet krijgen het weer. Als je in Bergen bent geweest dan weet je dat je geen recht van spreken meer hebt als Nederlander. In Bergen valt gemiddeld 2250 mm per jaar (in Nederland ligt het gemiddelde op 1000 mm). Toch kregen we het voor elkaar om op een zonnige dag aan te komen in de oude wijk Bryggen. Na een regenachtige eerste week, met hikes naar de Prekistolen, wildkamperen aan de oevers van een malariamuggenkwekerij en zonder eten na bed gaan omdat je toch echt niks vangt zonder aas, was slapen in een hostel ondanks luidruchtige Spaanse studenten een verademing. Maar vooral het vooruitzicht dat we die avond onze eerste Noorse kroegentocht zouden gaan houden. Ter voorbereiding ben ik die middag nog naar de kapper gegaan. Voor mijn bezoek had ik de volzin – Wollen Sie Baren Stussen Horen – wat zoiets betekent als – wilt u de puntjes bijknippen- betekent (mijn haar was in de tijd niet langer dan een paar milimeter, dus je kunt wel inschatten wat de reactie van de kapper was). Desondanks ging ik, samen met mijn vrienden, goed voorbereid op stap.

Uitgaan in Noorwegen is iets anders dan uitgaan hier in Nederland. In Noorwegen is de balans tussen mannen en vrouwen anders. Er zijn in Noorwegen net iets meer vrouwen dan mannen. Hierdoor zijn de rollen omgedraaid op het gebied van het verleidingsspel. Daarnaast is het gebruikelijk dat de voorraad van de kroeg leeg moet. En daar bedoel ik mee, de Noren proberen als gezamenlijke doel de hele voorraad aan alcoholische dranken leeg te drinken. En ik kan je verzekeren, dit lukt ze. Overeenkomsten zijn er ook. Noren kunnen net als Nederlanders niet tegen zoveel drank. Ook in Noorwegen is er sprake van jaloezie. En ook in Noorwegen wordt de sfeer er niet gezelliger op als te veel alcohol en jaloezie samenkomen. Dan is er toch een klein verschil, de Noren hebben genen van hun voorouders, de Vikingen, in hun DNA. Daardoor zijn ze allemaal net iets groter, breder en gespierder dan wij Nederlanders. Daarnaast laten ze die oerkrachten graag zien aan het einde van de avond. De sluitingstijd van de bar was dus niet alleen de plundering van de gehele bar, maar ook een knallende uitsmijter in de vorm van een potje boksen. Ondanks een overschot aan vrouwen kan er toch maar een de beste zijn, universele regel. Vikingen, Noren, boksen daar graag om. Wij stonden als neutrale toeschouwer, enigszins verdoofd, het schouwspel te aanzien.

Dit ritueel herhaalde zich ook in de havenstad Stavanger en ook in de kleine plaats Voss werd de vloer van de plaatselijke kroeg aangeveegd door twee ubermenschen. Daardoor waren we al iets beter voorbereid tijdens onze avondwandeling in Trondheim. Trondheim is de noordelijkste universiteitsstad van Noorwegen. En door zijn noordelijke ligging is het daar in de zomer om twaalf uur ’s nachts nog licht. Door de vele studenten en de lange dagen speelt het leven zich in de zomer vooral buiten af. Maar ondanks de idyllische setting hebben ook de mannen in Trondheim gevoel voor dramatiek.

Ik heb al mijn hele leven te maken met de gave (of last) dat ik de sfeer die in een ruimte hangt kan bepalen. Daarnaast heb ik ook de neiging om verantwoordelijk te zijn om die sfeer te verbeteren wanneer die slecht is. Dit levert niet altijd persoonlijke winst op. Er is niet altijd een oplossing, daarnaast verleg ik de negatieve energie vaak naar mijzelf of ik put mezelf uit door de verantwoordelijkheid te nemen voor iets. Maar door mijn observaties van de eerdere weekenden en escapades in de plaatselijke kroegen was ik nu zeker van mijn zaak. Ik zou ervoor zorgen dat deze avond niet zou escaleren. Aangezien ik al acht uur in een studentenstad rondzwierf met mijn vrienden was ik natuurlijk niet meer helemaal helder op het moment dat ik dit bedacht. Maar na het signaleren van de spanningen besloot ik de club te verlaten en op zoek te gaan naar de nachtwinkel. Die had ik een paar uur eerder gevonden en ik wist dat die niet ver van de club was. Bij de nachtwinkel aangekomen kocht ik twee bananen. Met twee bananen op zak liep ik terug naar de club waar mijn vrienden nog steeds op de dansvloer hun best aan het doen waren om de Scandinavische diva’s te veroveren (ons verhaal dat we een filmploeg waren uit Nederland en inspiratie aan het opdoen waren voor een nieuwe Vikingfilm had al genoeg indruk gemaakt). Ik had ondanks mijn dronken toestand de situatie toch goed ingeschat. Een van de blonde schone dames was waarschijnlijk een goede bekende van een van de Vikings die best wel eens een goede rol van slechterik in onze nieuwe film zou kunnen spelen. Naarmate de dansmoves van Lex zwoeler werden, werd de blik van Erik De Roodbaard woester. Dat de voorraad drank in de bar ook langzaam op begon te raken betekende ook dat de tijd in ons nadeel was. Waarschijnlijk zou deze avond geen duel plaatsvinden tussen twee Vikingen, maar zou het zomaar kunnen dat deze Viking zijn Wicky terug wilde veroveren door de confrontatie aan te gaan met Lex. Het werd voor mij dus de hoogste tijd om in te grijpen. Mijn twee in de nachtwinkel aangekochte bananen prikten nog in mijn holsters (broekzakken). Maar ik zou ze gebruiken als wapen die de overspannen spiermassa van Erik zou doen verslappen. Op het moment dat meneer de Roodbaard dan ook een move wilde doen om Lex aan te vallen sprong ik tussen beide met getrokken banaan. Erik de Roodbaard was verslagen. Nog voor hij over kon gaan op actie blies hij al de overgave trompet. Erik de Roodbaard kreeg uiteindelijk zijn Wicky terug en een van mijn bananen. Mijn eigen banaan at ik uiteindelijk zelf op maar die zou ik niet veel later deponeren over de reling van de Elgeseter Bru.

Onze roadtrip door Noorwegen bleek later een begin te zijn van een nieuw hoofdstuk. Na de zomer stopte ik met mijn opleiding aan de pabo en begon een carrière als kok. Bananensplits heb ik daar nooit gemaakt, maar deze bananensplitactie was mijn signature dish op mijn culinaire cv.

 

Werknomade Avatar

Published by

Categories:

4 reacties op “Bananensplit”

  1. Marieke Avatar
    Marieke

    Mooi verhaal, met deze daadkracht is jouw signature is een feit!

    Like

  2. John Schellekens Avatar
    John Schellekens

    Jouw blog bananensplit smaakt lekkerder dan een echt bananensplitdessert

    Like

  3. Marieke Avatar
    Marieke

    Mooi verhaal, met deze daadkracht is jouw signature een feit!

    Like

  4. Jeannette Avatar
    Jeannette

    Ben nu al benieuwd naar de titel van je volgend verhaal….
    Leuk om te lezen…kijk uit naar het vervolg

    Like

Geef een reactie op Marieke Reactie annuleren